ergoYOU 

doe er ZELF wat aan

 

terug bij af


Van 1976 tot 1995 heb ik als ir-stafmedewerker bij de GMD

uitgebreid nascholing gegeven, onder andere aan de verzekeringsgeneeskundigen van de GMD.

In de loop van die jaren kreeg ik steeds sterker de indruk dat heel veel mensen uiteindelijk in de WAO terecht komen door wijdverbreid en hardnekkig gebrek aan biomechanisch inzicht bij de curatieve artsen. Vooral bij specialisten en zelfs bij orthopaeden.

En als ik dat soms (heel voorzichtig) ter sprake bracht kreeg ik vaak (in de wandelgangen) bevestigend commentaar.


Na het opheffen van de GMD verloor ik de

verzekeringsgeneeskundigen uit het oog.

Maar in 2007 sprongen ze weer midden in het vizier:

Want op verzoek van de minister van SZW werden door de Gezondheidsraad een tiental verzekeringsgeneeskundige protocollen uitgebracht, ter ondersteuning van de verzekeringsgeneeskundige beoordeling.


Die protocollen werden opgesteld door een commissie van de Gezondheidsraad, in aansluiting op bestaande
evidence based curatieve en bedrijfs-geneeskundige richtlijnen.

(cursivering door de Gezondheidsraad)


In de hedendaagse (para)medische wetenschappelijke literatuur wordt de uitdrukking evidence based frequent gebruikt. En een leek zou dan misschien kunnen denken: dat zit wetenschappelijk wel goed.

Maar in 1972 volgde ik in Delft colleges wetenschapsfilosofie

(prof. S.J. Doorman). En daar maakte ik kennis met het werk van de beroemde wetenschapsfilosoof Popper.


Volgens Popper slaat evidence niet (rechtstreeks) op verschijnselen, maar op de theorie(ën) waarmee die verschijnselen verklaard worden. En het is gemakkelijk om evidence te verkrijgen voor elke willekeurige theorie.

Of, en zo ja in hoeverre zo'n theorie wetenschappelijke waarde heeft, hangt af van de vraag of die theorie weerlegd kan worden.


En daar wringt de schoen (onbe)tamelijk ernstig.

Want de theorie achter protocol nummer 1,
de curatieve NHG-standaard A-specifieke lage rugpijn M54,
is

  1. -uiterst rudimentair geformuleerd,

  2. -zeer oppervlakkig onderbouwd,

  3. -en in de praktijk uitgebreid weerlegd.


De theorie achter de NHG-standaard Lumbosacraal radiculair syndroom M55 (protocol nummer 9) lijkt niet veel beter.

En naar de theorie achter Whiplash Associated Disorders (protocol nummer 10) ben ik zeer benieuwd.


NB:

Onder de vroegere Ongevallen Wet (voorloper van de WAO) hadden verzekeringsgeneeskundigen het recht om curatieve artsen voor te schrijven hoe zij patiënten moesten behandelen opdat hun arbeidscapaciteit zo goed mogelijk behouden zou blijven.


Kunnen we dat oude gebruik niet in ere herstellen

In plaats van de verzekeringsgeneeskundigen van nu op te zadelen met wetenschappelijke humbug-protocollen uit de curatieve sector ?