Roeien, hoewel...

 

Roeitechniek


Inleiding

Eind oktober 2008 fietste ik (Luc Weide, toen 66) in Almere
langs de Hoge Vaart waar het fietspad onder de tuibrug door gaat.
Vlak voor de tuibrug begon het plotseling hard te regenen.
En dus stapte ik onder de tuibrug af om even te schuilen.


Achter mij fietste nog iemand die ook kwam schuilen.
En we maakten een praatje.
Hij (Geert, toen 70) keek hoever het was met het uitbaggeren van de Hoge Vaart. Want hij was lid van de roeivereniging (Pampus)
en ze wilden graag weer roeien op die vaart.

Ik vertelde dat een goede vriendin roeide en dat die mij al jaren lang adviseerde om dat ook te gaan doen. Waarop Geert zei:
“Kom maar mee dan”. En zo werd ik lid.


roeien

Ik kreeg privé les van Geert.
Voordat ik in de C1 zou stappen moest ik eerst op de ergometer om de slag te oefenen.
Geert legde uit dat de benen het sterkst zijn en dan de rug en dan de armen. En ik begon.


Ik hield mijn armen gestrekt, hing mijn rug achterover en trapte uit met mijn benen.


Helemaal fout.
Tijdens de uittrap moest de romp rechtop blijven
met het bekken als een blok beton.
En pas aan het eind van de uittrap mocht de romp achterover.


Nou heb ik toevallig meer dan 30 jaar les gegeven in, en onderzoek gedaan naar toegepaste biomechanica (tillen, duwen, trekken, etc.).

En toen ik begon was de hoogste en wereldwijd aanvaarde wijsheid
dat je bij tillen, duwen en trekken de romp recht(op) moest houden.

Want dat zou gunstig zijn voor de rugbelasting.
Maar zo’n 25 jaar geleden ontdekte ik bij toeval
dat het voor de rug-belasting veel gunstiger is om (het gewicht van)
de romp tegen de til-, duw- of trek(reactie)kracht in te hangen.
Dus bij trekken de romp achterover
(hoe harder trekken, hoe verder achterover).


Roeien was voor mij gewoon een (weliswaar zeer veredelde) vorm van hard trekken. Dus ik legde uit waarom ik eerst mijn rug achterover hing
en pas daarna uittrapte met de benen.

Geert (ook ingenieur) had aan een paar woorden genoeg.
Hij besloot om die ergometer dan maar te laten voor wat het was
en meteen de boot in te gaan.
Daar viel voor mij nog heel wat te leren. Maar dank zij Geert’s didactische aanpak slaagde ik in december voor de C1.


ergometer

Vanwege de winterstop ben ik half januari toch maar op de ergometer gestapt. Met mijn eigen techniek en 16 slagen/min haalde ik de eerste keer 4003 m in 20 minuten. Rustig opbouwend haalde ik op 1 april
12943 m in 60 minuten. En toen werd het weer tijd voor het echte werk.


samenspel

Ondertussen heb ik samen geroeid met verschillende (zeer) ervaren roeiers in een C2 en (tijdens een ‘rondje Almere’ van 25 km, door
65+(+)ers van RV Pampus en RV Naarden) in een C4 (met wisselende ploegsamenstelling).

Daarbij roeide ik steeds op boeg. En als ik dan achteraf mijn techniek ter sprake bracht, bleek niemand iets vreemds te hebben gemerkt.

nieuwlichterij?

Bij de buren van RV Pampus (‘Het Zeilend Scheehout’) ontmoette ik een oud-bootsman van RV De Hoop. Hij had daar een halve eeuw geleden bij het jeugdroeien een meisje meegemaakt, dat bracht haar romp bijna horizontaal achterover voor de uittrap.
Maar ze won wel veel medailles.


theorie >