ergoYOU 

doe er ZELF wat aan

 

slijtage van kraakbeen


Overbelasting van weefsel leidt tot breuk- en scheurvorming.

Levend weefsel herstelt zich dan spontaan. Zelfs overmatig.
Dat wil zeggen: het wordt in principe sterker dan het voorheen was.


  1. Tijdens een training ontstaat er dus schade,
    die tijdens de paar dagen er na (overmatig) wordt hersteld.

  2. Om de schade beheersbaar te houden

  3. moet je training nooit te snel opvoeren.


Een bijzonder weefsel is kraakbeen.


Kraakbeen is zeer goed bestand tegen schuif-krachten.

Daarom zijn alle gewrichten voorzien van kraakbeen ‘glijlagers’.


Maar kraakbeen kan zeer slecht tegen stoot-krachten.

Dan verandert het in een soort bot.

En dat heet dan ‘artrose’.


Mensen met een (zeer) slecht looppatroon
(bijna iedereen die van (zeer) jongs af aan op schoenen loopt)

stoten vaak (heel) hard hun hakken tegen de grond.


Zo hard, dat in hun knieën het kraakbeen kapot gaat.


Dan kun je er kunst-knieën in laten zetten.


Zie bijvoorbeeld hier.


Maar als je zo slecht blijft lopen,

dan komen je heupen en/of enkels misschien ook nog aan de beurt.



Kraakbeen is levend weefsel.
Er moet dus aanvoer van voeding en afvoer van afvalstoffen zijn.

Die aan- en afvoer gebeurt door middel van lichaamsvocht.


Kraakbeen is een soort spons.

Het kan in ontspannen toestand vocht (met voedsel) opzuigen.
En dat vocht (met afval) wordt weer uitgeperst als er druk op komt.


Als een mens goed ontspannen is, dan werkt dat prima.


Maar soms is een mens gespannen. De spieren zijn dan ‘hypertoon’.

De aan en afvoer van het kraakbeen komt dan in de knel.

En dus de voeding.


Als de voeding in de knel komt, dan kan het kraakbeen niet
voldoende re-genereren, maar het gaat de-genereren.


En als het dan belast wordt, dan gaat het wel heel gemakkelijk kapot.