ergoYOU 

doe er ZELF wat aan

 

anders


Bij het 'normale' looppatroon komt de hak remmend aan de grond.
De rest van het lichaam(sgewicht) hobbelt gewoon door
(wet van de traagheid).

Echter, als zo'n hak neerkomt op iets glads, dan remt hij niet.
Maar hij glijdt weg naar voren en je hebt grote kans
om je been te breken.
Volgens Van den Berg in die tijd ongeveer 200 gevallen per jaar.


Volgens Van den Berg moest het zwaaibeen minder ver naar voren
plat op de grond worden gezet. En dan moest je de rest van het lichaam(sgewicht) actief naar voren stuwen met het standbeen.
Dus niet remmend landen (met het zwaaibeen),
maar stuwend afzetten (met het standbeen).
De totale paslengte is ongeveer gelijk bij beide methoden.
Een oppervlakkige toeschouwer ziet nauwelijks verschil.


Als je met stuwend afzetten terechtkomt op iets glads,
dan glijd je ook weg.
Echter, nu niet bij de landing (naar voren),
maar bij de afzet (naar achteren).
Daarbij verlies je niet je evenwicht.
Je merkt alleen dat stevig afzetten op die plek niet gaat.


Stuwend afzetten bevordert de ontwikkeling van stevige bil- en buikspieren, in plaats van de bij remmend landen 'normale' slaphangende vetreservoirs.
Speciale 'buikspieroefeningen' zijn dan overbodig.


Bij stuwend lopen pompen de been- en voetspieren het bloed beter rond. Daardoor blijven de voeten beter warm. Volgens Van den Berg.
Om dat te testen heb ik een winter onze labrador
Fleur uitgelaten met blote voeten op een stille polderdijk.
Dikke handschoenen aan tegen de kou.
Maar mijn blote voeten bleven vanzelf warm.


Als de been- en voetspieren het bloed beter rondpompen, dan hoeft het hart minder hard te pompen. Stuwend lopen ontlast dus het hart.


Het wegdek van die stille polderdijk bestond uit sleets asfalt met scherpe steentjes. Na enkele tientallen meters wandelen over die scherpe steentjes kreeg ik altijd onweerstaanbare neiging om m'n romp te strekken en diep adem te halen met buikademhaling.
Bij buikademhaling gebruik je de middenrif spieren.
Die helpen dan ook nog eens het bloed rond te pompen.
Daardoor wordt het hart nog meer ontlast.


Sindsdien loop ik thuis op ‘massageslippers’ van het merk Maseur.
Als ik na een tijd op schoenen die slippers weer aan doe, dan voel ik me meteen fitter.

In het begin deden de puntjes op die slippers pijn. Maar dat ging snel over. Want die puntjes stimuleren de vorming van onderhuids vetweefsel en dat vetweefsel zorgt voor een goede verdeling van de druk op het voetskelet.


Door die zelfde puntjes wordt de huid van de voetzool belast op trek. En huid kan daar heel goed tegen. Daarom gebruiken mensen al duizenden jaren riemen van leer (= huid).


Bij schoeisel met 'voetbedden' daarentegen wordt de huid van de voetzool belast op druk. De biologica daarvan ontgaat me geheel.


Bovendien vervalt de prikkel tot vorming van onderhuids vetweefsel.

En als je met te weinig vetweefsel op nauwelijks scherpe steentjes

gaat lopen, dan doet dat al gauw gemeen zeer.