ergoYOU 

doe er ZELF wat aan

 

hyalien kraakbeen


Functie

Botten en botjes die ten opzichte van elkaar kunnen verdraaien of verschuiven, zijn op de raakvlakken bekleed met een laagje
hyalien kraakbeen. Hyalien kraakbeen is
- zeer glad

- flexibel

Door de gladheid kunnen de desbetreffende raakvlakken probleemloos langs elkaar glijden. En door de flexibiliteit kan het zich gemakkelijk aanpassen aan kleine oneffenheden.


Structuur

Zie hier.


Regeneratie

Kraakbeen is levend weefsel.

Eventuele lichte slijtage door dat glijden

wordt spontaan hersteld met nieuw kraakbeen


(De)hydratie

Levend weefsel vereist aanvoer van voeding en afvoer van afvalstoffen.

Bij kraakbeen gebeurt die aan- en afvoer

niet via de bloedbaan (zoals bijvoorbeeld bij bot)
maar via het lichaamsvocht (mens = 2/3 water).


Kraakbeen is een spons-achtig materiaal.

Het kan (in ontspannen toestand) vocht (met voedsel) opzuigen
tot een ‘osmotische’ druk van 0,35MPa (= 3,5 kg/cm2).


Als de druk van buiten af hoger wordt,
dan wordt dat vocht (met afval) weer uitgeperst.

Dat volzuigen en leegpersen heet (de)hydratie.


Permeabiliteit

Dat water (met die voeding) moet wel in alle hoeken en gaten

van het kraakbeen komen. En daarvoor is een goede doorlaatbaarheid van dat kraakbeen (permeabiliteit) van belang.


In een (zeer) ontspannen lichaam is de permeabiliteit (ruim) voldoende.

Maar onder grote druk en/of grote vervorming wordt de permeabilieit

veel kleiner.

Toch is dat laatste gunstig:

Want dank zij die zeer merkwaardige eigenschap kunnen grote (uitwendige) til-, duw en trekkrachten worden uitgeoefend, zonder dat (inwendig) alle kraakbeen ‘glijlagerschalen’ worden leeggeperst.


Stress
Kortdurende grote druk en/of vervorming is dus geen probleem.
Maar langdurige lage druk des te meer, zoals bij stress!
Want bij stress zijn alle spieren continu een beetje gespannen (‘hypertoon’). Daardoor is er meer dehydratie en minder hydratie.


Door (te) veel dehydratie worden grote gewrichten stijf.

(Ze ‘zakken door de lagers’).

En tussenwervelschijven worden instabiel.


Als (te) veel dehydratie (te) lang duurt,
komt ook de voeding van het kraakbeen in de knel.

Dan kan het kraakbeen niet voldoende re-genereren,

maar het gaat de-genereren.


Stootbelasting

Kraakbeen (en zeker (door hypertonie) gedegenereerd kraakbeen)

kan slecht tegen stootbelasting.


Bij frequent voorkomende stootbelasting
(zoals in de knieën bij een slecht looppatroon)
verliest het kraakbeen de strijd:
Het verslechtert en soms verdwijnt het helemaal.


Dat verschijnsel heet ‘artrose’.

En het maakt bewegen van zo’n gewricht zeer pijnlijk.


Kwakzalverij

In (para)medische kringen heerst een hardnekkig bijgeloof,
dat kraakbeen een verende werking zou hebben.


En dat die verende werking voldoende zou zijn om de
(zeer) harde stoten van een (zeer) slecht looppatroon
op te vangen.


Patiënten die een ‘versleten’ knie hebben laten vervangen
door een kunstknie, krijgen bij de ‘revalidatie‘ gewoon weer
het ‘normale’ looppatroon (met haklanding) geïnstrueerd.


Zeer waarschijnlijk is die andere knie dan ook zeer binnenkort
rijp voor vervanging.


NB:

Uit laboratoriumproeven blijkt kraakbeen enigszins elastisch te zijn.

Maar dat is veel te weinig om te benutten als veersysteem.